Een persoonlijke beschouwing bij De bandeloze hebzucht van het bestaan (Joost Ploos van Amstel)
Arthur, dames en heren,
Ik begin met een bekentenis.
Ik houd van mensen die mij helpen de werkelijkheid beter te begrijpen.
Dat is niet altijd zo geweest.
Vroeger dacht ik dat een goed gesprek bedoeld was om elkaar te overtuigen.
Tegenwoordig geloof ik iets heel anders.
Een goed gesprek is een gesprek waarin je samen ontdekt dat de werkelijkheid groter is dan je zelf dacht.
Misschien is dat ook precies waarom we vandaag hier zijn.
Arthur,
Misschien organiseer jij deze middag niet om drie beschouwingen over jouw boek te horen.
Misschien ben je nieuwsgierig wat jouw boek doet wanneer het terechtkomt in drie verschillende levens.
Niet om te ontdekken wie gelijk heeft, maar om te zien welke nieuwe vragen ontstaan.
Dat vind ik misschien wel de mooiste vorm van auteurschap.
Een boek is dan niet het einde van een gedachte, maar het begin van nieuwe gesprekken.
Toen ik jouw boek las, bleef ik al op de eerste pagina hangen.
Niet bij een antwoord, maar bij een vraag.
Wat verstaan wij eigenlijk onder economie?
Ik dacht eerlijk gezegd dat ik het antwoord wel kende.
Ik werk dertig jaar op het snijvlak van economie, duurzaamheid en maatschappelijke ontwikkeling.
Eerst als ondernemer, daarna als programmamanager en sinds kort als wethouder.
Terugkijkend lijken dat heel verschillende functies.
Maar voor mij voelt het alsof ik al die jaren dezelfde vraag heb onderzocht:
Hoe brengen we mens, economie en aarde dichter bij elkaar?
En precies daarom raakte jouw boek mij.
Niet omdat het mijn overtuigingen bevestigde.
Maar omdat het mij dwong opnieuw te onderzoeken waar die overtuigingen eigenlijk vandaan kwamen.
Dat is misschien wel het mooiste wat een filosoof kan doen.
Niet mijn antwoorden veranderen, maar mijn vragen.
Wat je vandaag daarom niet van mij gaat horen, is een bespreking van jouw boek.
Ik wil je meenemen in mijn eigen zoektocht.
Een zoektocht die begon met de overtuiging dat techniek de sleutel was.
Later dacht ik dat economie de sleutel was.
Daarna dacht ik dat samenwerking de sleutel was.
En inmiddels weet ik eigenlijk nog maar één ding zeker.
De werkelijkheid is steeds groter gebleken dan de modellen waarmee ik haar probeer te begrijpen.
Daar wil ik je vandaag in meenemen.
Over waarom ik zo graag grip wil krijgen op een complexe werkelijkheid
Arthur,
Mag ik je nog een bekentenis doen?
Ik houd van modellen.
Geef mij een complex vraagstuk……en ik begin te tekenen.
Een schema, een routekaart, een businesscase.
Niet omdat ik van schema’s houd, maar omdat ik graag begrijp.
Toen ik in 1997 mijn eigen milieu- en energieadviesbureau begon, dacht ik dat de wereld vooral een technisch probleem had.
Als we maar goede analyses maakten, zouden mensen vanzelf betere keuzes maken.
Tot ik ontdekte dat de werkelijkheid ingewikkelder was.
Ik moet daarbij vaak terugdenken aan een conservenfabriek waar wij een analyse hadden gemaakt. Enkele relatief eenvoudige technische maatregelen zouden enorme energiebesparingen opleveren. Op papier klopte alles. De businesscase was overtuigend.
Toch gebeurde er niets.
Destijds dacht ik dat wij onze analyse blijkbaar niet goed genoeg hadden uitgelegd.
Pas veel later begon ik te vermoeden dat er iets heel anders speelde.
Niet de techniek hield de uitvoering tegen, maar de mens.
Het hoofd van de technische dienst droeg al jaren de verantwoordelijkheid voor de installaties. De voorgestelde maatregelen maakten zichtbaar dat er jarenlang energie verloren was gegaan. Dat gevoel van kwetsbaarheid sprak hij nooit uit. Ook niet tegen ons.
Onze analyse was technisch goed, maar hadden een deel van de werkelijkheid niet gezien.
Sindsdien probeer ik minder snel te overtuigen en eerst nieuwsgierig te worden naar wat ik nog niet zie.
Want achter een besluit dat op papier begrijpelijk lijkt, schuilt vaak een werkelijkheid die zich niet in een businesscase laat vangen.
In jouw eerste meditatie schrijf je dat achter economische behoeften diepere menselijke verlangens schuilgaan.
Dat economie uiteindelijk niet alleen iets zegt over markten, maar vooral over mensen.
Toen ik dat las, dacht ik terug aan die conservenfabriek.
Misschien ging het daar nooit over energie.
Misschien ging het over trots, over verantwoordelijkheid, over kwetsbaarheid.
En ineens begreep ik dat mijn modellen niet verkeerd waren.
Ze waren niet compleet.
Een paar maanden geleden las ik over de zogenoemde McNamara-drogreden.
Deze Amerikaanse minister stuurde tijdens de Vietnamoorlog op meetbare indicatoren, zoals afgeworpen tonnen bommen en aantallen slachtoffers. Wat hij onvoldoende zag, waren de niet-meetbare factoren zoals motivatie, draagvlak en de veerkracht van de tegenstander. De cijfers waren indrukwekkend, maar ze vertelden niet de hele werkelijkheid.
De denkfout is even eenvoudig als confronterend:
We meten wat gemakkelijk meetbaar is.
We negeren wat moeilijk meetbaar is.
En uiteindelijk gaan we ons gedragen alsof alleen het meetbare werkelijk van belang is.
Ik moest glimlachen…
Niet omdat McNamara ongelijk had, maar omdat ik mijzelf erin herkende.
Ook ik probeer complexe werkelijkheden begrijpelijk te maken.
En juist daarom raakte mij één vraag uit jouw boek misschien nog wel het meest.
Hoe voorkom je dat je gaat geloven dat het model de werkelijkheid is?
Dat is niet alleen een ongemakkelijke vraag voor economen.
Niet alleen voor bestuurders.
Maar misschien wel juist voor mensen zoals ik.
Want ik heb mijn hele leven geprobeerd de werkelijkheid begrijpelijk te maken.
En jij liet mij beseffen dat ieder model, hoe goed ook, altijd een blinde vlek heeft.
Niet omdat het model slecht is.
Maar omdat de werkelijkheid altijd rijker is dan de kaart die wij ervan maken.
Over individualiteit, nieuwsgierigheid en de kunst van het verbinden
Arthur,
Jouw onderscheid tussen individualiteit en individualisme leek een filosofische nuance.
Maar hoe langer ik erover nadacht, hoe meer ik besefte dat dit eigenlijk de kern is van mijn eigen werk.
Ik probeer mensen immers niet minder verschillend te maken.
Ik probeer hen nieuwsgierig te maken naar elkaars verschil.
Als ik terugkijk op mijn loopbaan zie ik iets opmerkelijks.
Ik ben ondernemer geweest.
Voorzitter van een ondernemersvereniging.
Directeur van een techniek opleiding.
Programmamanager.
En tegenwoordig wethouder.
Op papier lijken dat heel verschillende functies, maar achteraf zie ik één constante.
Ik was nooit bezig met organisaties, ik was bezig met ontmoetingen.
Toen ik jonger was dacht ik dat mijn taak was om mensen te overtuigen.
Later dacht ik dat mijn taak was om partijen met elkaar te verbinden.
Nu denk ik daar opnieuw anders over.
Ik probeer mensen niet meer met elkaar eens te laten worden.
Ik probeer ze nieuwsgierig naar elkaar te maken.
Dat klinkt misschien bescheiden, maar volgens mij is het juist ontzettend ambitieus.
Want nieuwsgierigheid verandert een debat in een gesprek.
En een gesprek maakt samenwerking mogelijk.
Ik herinner mij een overleg waarin ondernemers en docenten lijnrecht tegenover elkaar stonden.
Na een half uur discussie was niemand opgeschoten, tot ik de vraag stelde.
Kunnen we eerst proberen te begrijpen waarom jullie hier zo verschillend naar kijken?
Vanaf dat moment veranderde het gesprek.
Niet omdat iedereen het ineens eens werd.
Maar omdat mensen nieuwsgierig werden.
En vaak heb ik gemerkt dat juist daar samenwerking begint.
Niet wanneer verschillen verdwijnen.
Maar wanneer we verschillen durven onderzoeken.
Misschien is dat ook waarom de Multihelix mij altijd zo heeft aangesproken.
Veel mensen denken dat de kracht zit in de structuur.
Overheid, ondernemers, onderwijs en maatschappelijke organisaties.
Ik denk inmiddels iets anders.
De echte innovatie zit niet in de structuur,
Maar in de houding, nieuwsgierigheid, bescheidenheid.
En de bereidheid om te denken: Misschien zie jij iets wat ik nog niet zie.
Arthur,
Misschien is dat uiteindelijk ook wat jij bedoelt.
Gemeenschap ontstaat niet doordat iedereen hetzelfde denkt.
Gemeenschap ontstaat doordat mensen elkaar de ruimte geven verschillend te zijn.
En juist daardoor samen iets nieuws ontdekken.
Dat heeft ook mijn manier van besturen veranderd.
Vroeger dacht ik dat een bestuurder vooral antwoorden moest hebben.
Nu denk ik dat een bestuurder vooral goede vragen moet stellen.
Niet omdat antwoorden onbelangrijk zijn.
Maar omdat een goed antwoord meestal begint met een betere vraag.
En misschien is dat wel de belangrijkste les die ik uit jouw boek heb meegenomen.
Niet dat ik anders moet gaan denken.
Maar dat ik nieuwsgieriger mag blijven naar hoe anderen denken.
Want telkens wanneer iemand vanuit een andere werkelijkheid kijkt…
…wordt mijn eigen werkelijkheid weer een stukje groter.
Over cijfers, kennis en de grenzen van ieder model
Hoe langer ik over jouw boek nadacht, hoe meer ik ontdekte dat mijn worsteling eigenlijk helemaal niet over economie gaat.
Zij gaat over kennis.
Over de vraag hoe wij als mensen proberen de werkelijkheid te begrijpen.
Misschien is dat wel de vraag die mij mijn hele leven heeft gedreven.
Niet omdat ik steeds meer wil weten.
Maar omdat ik steeds beter wil begrijpen.
Daarom houd ik van modellen.
Niet omdat zij de werkelijkheid zijn.
Maar omdat zij ons helpen een complexe werkelijkheid bespreekbaar te maken.
Wetenschap zou zonder modellen niet bestaan, bestuur evenmin.
En eerlijk gezegd zou mijn eigen werk onmogelijk zijn zonder modellen.
Maar jouw boek liet mij iets zien wat ik jarenlang over het hoofd had gezien.
Ik was steeds bezig mijn modellen te verbeteren.
Jij stelde een veel fundamentelere vraag.
Vanuit welk mensbeeld bouwen wij die modellen eigenlijk?
Die vraag had ik mezelf eerlijk gezegd nog nooit gesteld.
En juist daardoor bleef zij hangen.
Want ineens besefte ik dat achter ieder model uiteindelijk een mens zit.
Met overtuigingen, met aannames, met verlangens.
En dus ook met blinde vlekken.
Dat maakt een model niet waardeloos, maar wel menselijk.
Een paar weken geleden las ik een artikel waarin werd aangetoond dat de wereld de afgelopen decennia op vrijwel alle indicatoren vooruit was gegaan.
Meer welvaart, minder armoede, meer onderwijs, langere levensverwachting.
Prachtige cijfers, maar de auteur schreef vervolgens iets wat mij niet meer losliet.
De cijfers laten zien dat de wereld verandert.
Maar zij vertellen ons niet waarom.
En opnieuw dacht ik:
Misschien zijn cijfers buitengewoon goed in het beschrijven van de werkelijkheid.
Maar veel minder goed in het begrijpen ervan.
Arthur,
Langzaam begon ik te begrijpen waarom onze gesprekken mij zo boeien.
Jij probeert niet eerst een beter model te maken, maar vraagt eerst:
Vanuit welk mensbeeld kijken wij eigenlijk naar de werkelijkheid?
Dat is een veel moeilijkere vraag, maar misschien ook een veel belangrijkere.
Ik denk dat bestuurders, ondernemers en filosofen daarom dezelfde verantwoordelijkheid dragen.
Niet om de werkelijkheid definitief te verklaren.
Maar om nieuwsgierig te blijven naar datgene wat hun eigen manier van kijken nog niet ziet.
Want zodra wij gaan denken dat ons model de werkelijkheid ís…
…houden wij op met leren.
En misschien is dat wel het grootste risico.
Niet dat onze modellen verkeerd zijn, maar dat wij ophouden vragen te stellen.
Misschien is dat ook de reden waarom kennisontwikkeling voor mij zo’n grote waarde heeft gekregen.
Niet omdat ik steeds meer wil weten, maar omdat ik steeds beter wil begrijpen.
En gaandeweg ontdekte ik nog iets.
Begrijpen is nooit vrijblijvend.
Begrijpen schept verantwoordelijkheid.
Want wie de werkelijkheid beter denkt te begrijpen…
…kan niet doen alsof hij haar niet heeft gezien.
Over true pricing, de prijs van het onzichtbare en de moed om onvolmaakte keuzes te maken
En zo kom ik bij de vraag waar ik de afgelopen jaren het meest mee heb geworsteld.
Niet als ondernemer, niet als bestuurder, maar als mens.
Hoe zorgen wij ervoor dat datgene wat werkelijk van waarde is, ook werkelijk meeweegt in onze keuzes?
Want uiteindelijk is dat misschien wel de kern van iedere economie.
Niet geld, niet markten, maar de vraag:
Wat vinden wij werkelijk van waarde?
Arthur,
Jij schrijft dat wij economie misschien te smal zijn gaan begrijpen.
Dat herken ik, maar ik denk dat er nog iets onder ligt.
Misschien begrijpen wij waarde te smal.
Als bestuurder zie ik bijna dagelijks hoe besluiten worden genomen.
Wij wegen belangen af, wij rekenen, wij prioriteren.
En dat moeten wij ook doen, maar telkens zie ik hetzelfde gebeuren.
Datgene wat zichtbaar is, krijgt gewicht.
En zichtbaar wordt meestal datgene waarvoor een prijs bestaat.
Een paar weken geleden las ik een artikel in economenblad ESB over de economische waardering van natuur.
Wat mij trof was niet de economische analyse, maar de bescheidenheid van de auteur.
Zij erkende dat natuur verschillende soorten waarde heeft.
Een intrinsieke waarde, een gebruikswaarde, maar ook een relationele waarde.
De waarde die ontstaat doordat mensen zich verbonden voelen met een landschap.
Een rivier, een boom, of een plek.
Ik bleef bij dat laatste hangen.
Want hoe bereken je verbondenheid?
Hoe bereken je verwondering?
Hoe bereken je stilte?……..
Misschien moet je dat ook helemaal niet willen, en toch…
Hier begint mijn bestuurlijke werkelijkheid.
Want zolang die waarden nergens zichtbaar worden…
…verliezen zij het bijna altijd van waarden die zich wél laten berekenen.
Niet omdat mensen slechte bedoelingen hebben.
Maar omdat onze systemen nu eenmaal werken met wat zichtbaar is.
Misschien is mijn zoektocht daarom ook niet nieuw.
Rond 2000 werkte ik al met de Eco-indicator, ontwikkeld door onder andere TNO en Philips.
Die bracht de milieubelasting van materialen terug tot één getal.
Natuurlijk wist ik toen ook al dat zo’n getal de werkelijkheid nooit volledig kon vangen.
Hoe vergelijk je gezondheidsschade, aantasting van ecosystemen en sterfte in één getal?
Dat blijft een menselijke afweging.
En toch bleek dat model ongelooflijk waardevol.
Niet omdat het de waarheid vertelde.
Maar omdat ontwerpers voor het eerst verschillende vormen van milieuschade bewust konden meewegen.
Het model verving de werkelijkheid niet, het maakte haar bespreekbaar.
Misschien kijk ik daarom ook zo naar instrumenten als true pricing.
Niet als de waarheid., maar als poging om waarden die anders nauwelijks meetellen toch een plaats te geven in onze besluiten.
Niet omdat alles uiteindelijk in euro’s past, integendeel.
Ik denk juist dat de belangrijkste dingen in het leven zich aan iedere prijs onttrekken.
Liefde, vertrouwen, vriendschap, nieuwsgierigheid.
Je kunt ze niet kopen, je kunt ze niet verkopen.
En toch bepalen zij uiteindelijk de kwaliteit van ons bestaan.
Arthur,
Hier heb jij mijn denken veranderd.
Niet mijn overtuiging, maar wel mijn bescheidenheid.
Vroeger dacht ik dat een beter model vanzelf tot betere besluiten zou leiden.
Nu denk ik:
Een beter model helpt alleen wanneer wij blijven beseffen dat de werkelijkheid altijd groter is dan het model zelf.
En misschien is dat uiteindelijk ook waarom economie en filosofie elkaar nodig hebben.
De filosoof herinnert de bestuurder eraan dat niet alles meetbaar is.
De bestuurder herinnert de filosoof eraan dat we vandaag toch een besluit moeten nemen.
En misschien ontstaat wijsheid precies daar.
Niet wanneer één mens de waarheid vindt.
Maar wanneer verschillende manieren van kijken elkaar blijven verrijken.
Over de vreugde van het steeds beter leren begrijpen
Arthur,
Toen jij mij vroeg een beschouwing te geven over jouw boek, dacht ik dat ik jouw ideeën moest begrijpen.
Inmiddels denk ik dat jij mij iets heel anders hebt gevraagd.
Je hebt mij uitgenodigd opnieuw naar mijn eigen zoektocht te kijken.
En daarvoor wil ik je bedanken.
Niet omdat jouw boek mij nieuwe antwoorden heeft gegeven.
Maar omdat het mij nieuwe vragen heeft gegeven.
En misschien zijn goede vragen uiteindelijk waardevoller dan snelle antwoorden.
Als ik terugkijk op mijn leven zie ik eigenlijk één rode draad.
Niet ondernemerschap, niet bestuur, niet duurzaamheid, maar nieuwsgierigheid.
Ik heb altijd willen begrijpen.
Niet één vakgebied, maar de samenhang tussen dingen.
Tussen mens en aarde.
Tussen economie en ethiek.
Tussen bestuur en gemeenschap.
Misschien is kennisontwikkeling daarom voor mij de grootste waarde van het leven.
Niet omdat ik steeds meer wil weten.
Maar omdat ik de werkelijkheid steeds iets beter wil begrijpen.
En juist daarom ben ik steeds minder geïnteresseerd geraakt in gelijk krijgen.
Dat klinkt misschien vreemd, want als bestuurder moet ik uiteindelijk wel besluiten nemen.
Juist daarom heb ik geleerd dat nieuwsgierigheid geen alternatief is voor besluiten.
Maar een voorwaarde voor betere besluiten.
Je luistert zo lang mogelijk en op een gegeven moment neem je verantwoordelijkheid.
Met de beperkte kennis die je op dat moment hebt.
Dat is misschien wel de essentie van besturen.
Niet wachten tot alle twijfel verdwenen is.
Maar zorgvuldig handelen terwijl je weet dat je nooit de hele werkelijkheid kunt overzien.
Dat is ook wat onze gesprekken mij hebben gebracht.
Niet omdat jij mij hebt overtuigd.
En hopelijk ook niet omdat ik jou heb overtuigd.
Maar omdat wij samen nieuwsgierig zijn gebleven.
Nieuwsgierig naar de werkelijkheid achter elkaars woorden.
Misschien is dát wel de essentie van filosofie en misschien ook van goed bestuur.
Niet het verdedigen van een waarheid, maar het gezamenlijk onderzoeken van de werkelijkheid.
Ik geloof daarom ook niet dat de grote vraagstukken van deze tijd worden opgelost door één nieuwe theorie.
Niet door economie alleen.
Niet door techniek alleen.
Niet door politiek alleen.
Niet door filosofie alleen.
Vooruitgang ontstaat wanneer verschillende manieren van kijken elkaar blijven verrijken.
Wanneer de filosoof de bestuurder helpt beter te zien.
En de bestuurder de filosoof helpt zijn vragen aan de praktijk te toetsen.
Misschien is dat uiteindelijk ook de diepste betekenis van de Multihelix.
Geen samenwerkingsmodel, maar een manier van samen leren.
En misschien is dat ook de belangrijkste ontdekking die ik vandaag met je wil delen.
Ik ben mijn leven begonnen in de overtuiging dat ik betere modellen zocht.
Misschien zocht ik al die tijd eigenlijk iets anders.
Niet betere modellen, maar betere gesprekken.
Want juist in een goed gesprek ontdekte ik telkens weer dat de werkelijkheid groter was dan mijn eigen denken.
En vandaag besef ik dat zelfs die gesprekken geen doel zijn.
Zij zijn een weg.
Een weg naar een steeds dieper begrip van de werkelijkheid waarin wij samenleven.
Arthur,
Dank je dat je mij niet hebt gevraagd jouw boek samen te vatten.
Dank je dat je mij hebt uitgenodigd opnieuw naar mijn eigen zoektocht te kijken.
Want uiteindelijk heeft jouw boek mij niet één nieuwe waarheid gegeven.
Het heeft mij opnieuw laten ervaren waarom ik al bijna dertig jaar zo geniet van mijn werk.
Niet omdat ik oplossingen mag bedenken.
Maar omdat ik samen met anderen steeds opnieuw mag ontdekken…
…dat de werkelijkheid altijd groter is dan wij gisteren dachten.
Ik kijk uit naar ons volgende gesprek.
Want uiteindelijk is misschien niet het antwoord het mooiste dat een mens kan vinden…
…maar de nieuwsgierigheid om samen te blijven zoeken.
