Radically Shared Aliveness (Godelieve Spaas)
Hoe ziet een economie eruit die voortkomt uit Radically Shared Aliveness? En zijn we eigenlijk wel in staat om die te zien?
You say growth was my Holy Grail
Yes it was and it failed
It couldn’t last I do agree
But in the middle of the hustle
You cannot really see
Nynke Laverman (2024)
Dit zingt Nynke Laverman als voorouder uit de 21ste eeuw aan de toekomstige generaties in een lied dat de fatale gevolgen van onze economie op mens en natuur beschrijft. Nynke Laverman en Arthur Kok komen tot een vergelijkbare conclusie: de huidige allesoverheersende economie leidt tot eenzaamheid, afgescheidenheid en sterfte.
In ‘De bandeloze hebzucht van het bestaan’ mediteert Arthur in the middle of the hustle op de onderliggende wereldbeelden van onze economie en concludeert dat die op verkeerd begrepen filosofische grondslagen gefundeerd is.
De passage waarin Arthur de Pencil Lesson van Milton Friedman aanhaalt maakt haarscherp duidelijk waar het misgaat. Friedman legt uit dat voor het maken van één potlood duizenden mensen nodig zijn. Hij zegt “Het was de magie van het onpersoonlijke prijsmechanisme die al die duizenden mensen samenbracht om dat potlood samen te produceren.”
Een economie die heelt
Precies in dat woord ‘onpersoonlijke’ schuilt voor mij het venijn. Zonder een relatie met elkaar aan te gaan, zonder elkaar te kennen, (Friedman zegt zelfs dat sommige van die mensen elkaar waarschijnlijk zouden haten als zij elkaar tegen zouden komen) werken zij samen aan het maken van een potlood. Milton gelooft dat dit onpersoonlijke prijsmechanisme ervoor zorgt dat volkeren in vrede en harmonie met elkaar kunnen leven. Maar kan dat eigenlijk wel?
Kunnen we ons verbonden voelen als onze samenwerking verloopt via onpersoonlijke transacties. Als de ontmoeting maakt plaats voor transactie dan wordt de boom een grondstof en de ander een schakel in een productieketen.
Volgens Kok heeft de economie onze begeerte vernauwd tot bezit, groei en waarde en daarmee tot sterfte, eenzaamheid en afgescheidenheid. Terwijl het wezen van die begeerte ten diepste verlangt naar het dragen van onze gebroken samenhang met elkaar en met de levende aarde. Kok pleit, in mijn woorden, voor een economie die het leven versterkt, onze verbondenheid met elkaar en de aarde verdiept en ruimte maakt voor ons verlangen om deel te zijn van iets dat groter is dan wij. Maar hoe dan?
Radically Shared Aliveness
Hoe oefen en ontwikkel je een andere manier van samenleven als de economische logica zo diep in onze taal, instituties en dagelijks handelen zit? Die vraag onderzoeken we binnen het World Ethic Forum, een internationaal netwerk waarin we werken aan praktijken en vermogens in een cultuur van van kinship en care vanuit het besef dat leven fundamenteel gedeeld is: radically shared aliveness.
Ik maak deel uit van een werkgroep over Responsible Economy. Het World Ethic Forum is ontstaan als reactie op het World Economic Forum, omdat daar onderliggende logica van extractie en uitbuiting nog steeds niet wezenlijk wordt bevraagd. Af en toe mag daar, als inspirerend intemezzo, een vernieuwende econoom als Kate Raworth iets komen vertellen over de donut of Rutger Bregman over moreel leiderschap. Dat moet en kan anders dachten wij.
Voor mij waren die eerste gesprekken, nu vijf jaar geleden, lastig. We buitelden over elkaar heen om de ernst van de situatie duidelijk te maken en hielden vurige pleidooien voor de beste oplossing. Alleen de toon al van onze gesprekken was niet echt radically shared. En ik was vooral kwaad. Kwaad omdat ik me machteloos voelde in een gesprek dat ik een herhaling van zetten vond en waar ik gehoopt had aan voorbij te gaan. Eenzaam ook omdat ik me geen deel van de groep voelde en omdat ik geen idee had hoe ik het gesprek kon keren. We zaten midden in the hustle and could not really see.
In de jaren daarna verschoof de aandacht. We gingen op zoek naar een common ground. Zoals klimaatwetenschappers zich hebben verenigd en zich met gezamenlijk gezag uitspreken dat het klimaat verandert, ook al verschillen ze van mening over oplossingen, zo wilden wij economen verenigen. Eén gezamenlijk statement dat duidelijk maakt: zo kan het niet verder. Eindeloze groei is geen optie en duurzaam produceren een vanzelfsprekendheid.
This is not the Economy
Toen dat projectplan geschreven was hadden ontstond ruimte voor een fundamentelere vraag: hoe ziet een economische cultuur van kinship en care eruit die geworteld is in radically shared aliveness? We experimenteerden met: This is Not the Economy als nieuwe grondgedachte. Maar wat we ook deden, het bleek onmogelijke om uit het vocabulaire van de economie te stappen. Woorden als schaarste, investeren, opschalen, waarde en rendement bleven ons gesprek bepalen. We vroegen ons af of we misschien het idee van economie zelf moesten loslaten.
Bij die gedachte alleen al, voelden we de grond onder onze voeten verdwijnen. De alomtegenwoordigheid van de economie maakt dat we haar ervaren als een religie. De economie is een seculiere vorm van eeuwigheid geworden. Zij lijkt de zwaarte van het bestaan en onze sterfelijkheid te dragen. Zij belooft vooruitgang. Zij geeft richting. Zij maakt ons leven betekenisvol. Ook al voelen we allemaal heel goed dat dat ten diepste niet waar is. Maar bij gebrek aan een alternatief houden we liever vastaan wat we kennen dan in de leegte te stappen. We putten hoop en moed uit de gedachte dat de alomvattendheid van de economie nu misschien vanzelfsprekend en onvermijdelijk lijkt. Maar ooit leek ook het goddelijk recht van koningen vanzelfsprekend en onvermijdelijk. We modderden verder.
We kregen weer wat grond onder onze voeten toen we ons afvroegen: Wat als we deze werkgroep dienend maken aan de andere werkgroepen. Werkgroepen die gaan over: kinship, care, inclusie, dekolonisatie, bioregions, healing en reconciliation.
Kunnen we vanuit die praktijken en handelingen linken leggen met economische activiteiten zoals delen, uitwisselen en herstel. Dat bracht ons bij de term ‘HouseHolding’. ‘HouseHolding’ als werkwoord. Holding in de betekenis van to hold: dragen, vasthouden, onderhouden, ruimte geven. Het house als alles wat we samen bewonen: een tuin, een straat, een rivier, een landschap of de aarde. Een huis dat we radicaal delen met al het leven. Zo veranderde onze vraag van werken aan een responsible economy in: hoe houden we samen het huis?
Onze eerste impuls was ook nu weer de analyse. Kunnen we in het werk en de ervaring van de andere groepen patronen herkennen? Welke modellen zouden hieruit kunnen ontstaan? Kunnen we de praktijken ordenen? Er een raamwerk van maken? Een taal voor ontwikkelen? We voelden allemaal dat we daarmee terugschoten in onze oude reflex. Maar hoe blijf je daar dan uit?
De tas
Tijdens een pauze maakte ik een wandeling door de velden. Teruggekomen wilde ik een kop theezetten. De thee bleek op, maar gelukkig heb ik altijd een paar zakjes onder in mijn tas zitten. Terwijl ik daarnaar zocht, vond ik een klein boekje dat ik een week eerder van een vriendin had gekregen. Het was The Carrier Bag Theory of Fiction van Ursula K. Le Guin. Ik had nog even tijd en begon te lezen.
Volgens Le Guin vertellen we onze geschiedenis aan de hand van tools en technologie die onze levens veranderen. We kennen allemaal de verhalen hoe we dankzij pijlpunten en messen gemaakt van botten, hout of stenen dieren konden doden. Hoe we via machines meer konden produceren, via raketten de maan konden bereiken en met ruimteschepen ons het universum kunnen toe-eigenen. Een geschiedenis langs de lijn van gereedschappen die onze kracht naar buiten richten. Naar meer, groter, en verder. Verhalen van helden die iets of een ander overwinnen.
Maar zegt Le Guin, is het niet logisch dat er lang voor de pijl een andere tool was? Toen we nog leefden van bessen, zaden, stengels en bladeren. Je eet zoveel als je kunt zolang het voor het oprapen ligt. Maar hoe neem je meer mee naar huis dan wat je in je maag en twee handen kunt dragen? Onze eerste tool was nagenoeg zeker “…Een blad. Een kalebas. Een schelp. Een net. Een draagdoek. Een zak. Een fles. Een pot. Een mand. Iets dat kan dragen. Iets dat kan bevatten. Een tas.”
Before the tool that forces energy outward, we made the tool that brings energy home. Ursula Le Guin
Stel dat niet de verhalen van helden die winnen, veroveren en de wereld veranderen ons leven richting geven, maar dat de verhalen van gewone mensen dat ook doen. Mensen die verzamelen, bewaren, doorgeven en delen. Mensen die de zich laten leiden door de tas, mensen die elkaar dragen, die het leven thuisbrengen. Le Guin neemt de vrijheid om onze geschiedenis te hervertellen.
Als ik het verhaal van de tas deel met de mensen in de werkgroep voelen we allemaal dat met haar verhaal het woord HouseHolding meer betekenis krijgt. Hoe kunnen we steeds opnieuw thuisbrengen wat het leven nodig heeft? Dat voelt dichter bij een cultuur van kinship en care. Dat brengt Radically Shared Aliveness dichterbij.
De bessen
De tas geeft ons een ander zicht op de inhoud. En maakt ons duidelijk dat werken aan een andere cultuur niet om één groot nieuw verhaal gaat, maar om een verzameling van woorden, verhalen, dingen, betekenissen die licht werpen op House Holding. Kleine on-affe gedachten, beelden, experimenten die we gaandeweg verzamelen. Geen schema. Geen model. Geen sluitend verhaal. Maar een tas waarin alles wat we onderweg verzamelen naast elkaar mag bestaan en op elkaar kan inwerken. De tas gevuld met bessen is van en voor ons allemaal. Iedereen kan er iets uithalen, opnieuw combineren en er een eigen betekenis aan geven. Geen enkel verhaal hoeft af te zijn. Niets hoeft het laatste woord te hebben. De tas blijft zich vullen, veranderen en soms ook legen. Sommige bessen vergaan. Andere worden groter of steviger, glanzender of smakelijker. Een overvloed aan verhalen en eindeloze mogelijkheden om die te delen.
We zijn nu allemaal op zoek naar bessen. Mijn eerste bes komt van het Indonesische kunstenaarscollectief ruangrupa: de lumbung-economie. Samen met kunstenaarscollectieven van over de hele wereld maakten zij als curatoren van de documenta fifteen een tas vol gesprekken, praktijken en kunstwerken. Lumbung is het Indonesische woord voor een rijstschuur. Na de oogst verdwijnt het overschot niet naar degene die het heeft verbouwd, maar naar de gemeenschappelijke rschuur. Daar blijft het beschikbaar voor wie het nodig heeft. In de schuur worden naast rijst ook gereedschap, tijd en alles wat over is of nu even niet benut wordt, bewaard.
Ruangrupa zelf ontstond uit een praktische vraag. Hoe maak je kunst als je nauwelijks geld hebt? Door datgene wat over is te delen met elkaar. Een huiskamer wordt een tentoonstellingsruimte. Een schuur wordt een gedeeld atelier. Een tuin wordt een plek om materialen te laten groeien. Iemand stelt een netwerk open. Een ander deelt kennis. Weer een ander kookt voor de groep. De vraag is steeds: wat hebben we al, en hoe kan dat van betekenis zijn voor iemand anders?
Een andere bes in de tas is het project Schuld, dat ik samen met kunstenaar Denise Harleman doe. We onderzoeken wat schuld doet in een samenleving. Financiële schulden, maar ook relationele, morele of systemische schulden. Veel van die schulden lossen we op door ervoor te betalen. CO2-heffingen, 20.000 euro compensatie per persoon die we geen asiel verlenen, een etentje na een ruzie. Daarmee verliezen we het vermogen om via schulden het weefsel van onze samenleving te versterken. Samen met schuldeisers en schuldenaren experimenteren we hoe we weer schuldvaardig kunnen worden. De vraag daarbij is steeds wat heeft deze relatie nodig om heel te blijven of weer heel te worden.
Ook de anderen verzamelen bessen. De tas vult zich met kleine verhalen over vormen van verzamelen, bewaren, doorgeven en delen, nieuwe invullingen en betekenissen van HouseHolding. We maken onze eigen her-vertelling met andere tools en vanuit de unheroic, vanuit het gewone leven. Een tas vol oefeningen over hoe we in een cultuur van kinship en care iets bewaren voor een ander, iets doorgeven of iets thuisbrengen. En tas die we delen met al het leven.
Ik sluit af zoals ik begon met de woorden van Nynke Laverman in Holding Space:
Hold me tight
In this dreadful night
…..
Of breaking out
Of old beliefs
Of letting go of grief
Of letting go
……
To get to see
What can’t be seen yet
What’s in between yet
What comes to be
…..
Give me your hands
Show me your face
This, my love
Will stay
Nynke Laverman (2025)
Referenties
- Friedman, M. (1980). Free to choose: The pencil [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/results?search_query=Milton+Friedman+Free+to+Choose+The+Pencil
- Friedman, M., & Friedman, R. (1980). Free to choose [Television series]. Free To Choose Network.
- Hummitzsch, T. (2025, November 12). Alles könnte auch ganz anders sein. Republik. https://www.republik.ch/2025/11/12/alles-koennte-auch-ganz-anders-sein
- Kok, A. (2026). De bandeloze hebzucht van het bestaan: Vijf filosofische meditaties over economie en ecologie.
- Laverman, N., & Pruiksma, S. (2024). Your ancestor [Song]. Performed by N. Laverman. Music by S. Pruiksma.
- Laverman, N., & Pruiksma, S. (2025). Holding Space [Song]. FAMA.
- Le Guin, U. K. (2019). The carrier bag theory of fiction. D. Haraway (Intro.), L. Bul (Illus.). Ignota.
- World Ethic Forum. (n.d.). World Ethic Forum. https://www.worldethicforum.com/
